Maatregelen voor studenten met een handicap: een halfglas leeg
Vanaf 1 januari 2008 wordt het hoger onderwijs op een andere manier gefinancierd. Eén van de nieuwe factoren in de financiering is dat er maatregelen worden doorgevoerd om de instroom van studenten met een functiebeperking te stimuleren. Helga Stevens ondervroeg Vlaams minister Vandenbroucke over de maatregelen en stelde vast dat ondanks de mooie intenties het glas halfleeg is.
Enge definitie
Uit het antwoord van de minister op de vraag van Helga Stevens in de commissie onderwijs blijkt alvast dat de definitie van studenten met een beperking zeer eng is. Enkel studenten met een recht op ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap geven aanleiding tot een hogere financiering voor de onderwijsinstelling. Dit is een gemakkelijkheidsoplossing, maar één met ernstige gevolgen. Een hele groep studenten met andere beperkingen zoals een chronische ziekte of leerstoornissen zoals dyslexie, dyscalculie of een lichte vorm van autisme; of een psychiatrische functiebeperking valt uit de boot. Helga Stevens kan zich niet vinden in deze enge definiëring. Ook zij hebben extra ondersteuning nodig. Dit betekent de facto dat de studenten met slechts een kleine of onzichtbare functiebeperking niet meetellen.
Minister Vandenbroucke sluit niet uit dat de definitie op termijn aangepast wordt. Hij plaatst echter enkele kanttekeningen die de vrees voeden dat dit wel eens op de Griekse kalender zou kunnen belanden. Deze beperking zal zich niet alleen laten voelen bij de talrijke studenten die uit de boot vallen. Hoe kleiner de groep waarvoor de onderwijsinstelling extra middelen ontvangt, hoe beperkter de dienstverlening zal zijn voor de overigen (schaaleffect).
Aanmoedigingsfonds
Ook omtrent het aangekondigde aanmoedigingsfonds heerste onrust op het veld. Alhoewel Vlaams minister Vandenbroucke initieel aankondigde dat de middelen van het fonds bestemd zouden zijn voor projecten voor studenten van allochtone origine en studenten met een functiebeperking, vergat hij deze laatste groep in zijn latere communicatie. De minister bevestigt nu dat deze middelen breed ingezet zullen worden en dus ook ten goede kunnen komen van projecten rond studenten met een handicap. Wel gaat hij niet in op de vraag van Helga Stevens om een verdeelsleutel te hanteren tussen de doelgroepen. Hierdoor is er een reëel gevaar voor verdringing.
Glas halfleeg
Positief is wel dat de minister bevestigde dat de extra weging van de studenten met een beperking ook gecumuleerd kan worden. Zodoende zullen studenten met een handicap alsook een andere ‘verzwarende’ factor dubbel zo zwaar doorwegen in de financiering. Ook de aankondiging van Vlaams minister Vandenbroucke dat hij het huidige Expertisecentrum voor Handicap en Hoger Onderwijs wil verbreden tot een steunpunt voor leren en werken met functiebeperkingen in het hoger onderwijs en de subsidies wil optrekken, kan op de goedkeuring rekenen van Helga Stevens. Want middelen alleen zijn niet voldoende. Er moet ook gewerkt worden aan een mentaliteitswijziging, nl dat studenten met een functiebeperking zoveel mogelijk gestimuleerd moeten worden om hogere studies aan te vatten. De hogescholen en de universiteiten kunnen op dat vlak veel meer inspanningen doen zodat ook studenten met een functiebeperking er écht bij horen.
Specifiek naar de student toe hebben de geplande maatregelen echter een zeer beperkt effect. Zij dringt dan ook aan op een ‘rugzakje’ waarbij elke student, naargelang de beperking, een bedrag ter beschikking heeft om in zijn/haar ondersteuning te voorzien. De beperkte leerhulpmiddelen en de procedures van het lager en middelbaar onderwijs zijn niet afgestemd op het hoger onderwijs. Met dit rugzakje zou de student zelf een aantal zaken zoals kopieën van notities, omzetting in braille, assistentie, tolken en begeleiding kunnen regelen. Nu is het spreekwoordelijk glas voor Helga Stevens halfleeg. Zij vreest dat de huidige maatregelen te beperkt zijn om een ommekeer teweeg te brengen en de instroom van studenten met een functiebeperking in het hoger onderwijs substantieel te verhogen.
Jan Vanborren, schepen gehandicaptenbeleid
Adviesraad-pmh-rotselaar.be 03/04/2007